Op een dag vond Laart een mug die in een erbarmelijke toestand verkeerde.
'Addo, Addo,' gilde hij. 'Ik wil dat u nu onmiddellijk de Laartmobiel klaarmaakt'.
'Wat nu weer!' steunde Addo.
'Addo, we gaan naar de dierenarts!'
'De dierenarts! Maar Laart, waarmee dan, we hebben niet eens dieren!' wierp Addo er tegenin.
'Ik heb nu geen tijd om met u in discussie te gaan,' schreeuwde de kabouter. 'Voortmaken!'
Addo rende naar de garage en reed de Laartmobiel voorzichtig naar buiten. Inmiddels had Laart de mug in een vochtig watje gelegd. Het watje duwde hij in een lucifersdoosje. Het lucifersdoosje in een leeg jampotje, wat hij tenslotte temidden van oude kranten, stro en piepschuim in een grote kartonnen doos stopte.
Wild gebarend rende hij naar de Laartmobiel en nam plaats naast de bediende.
'Rijden, rijden!' schreeuwde hij!
'Maar Laart, wat is er dan aan de hand?' vroeg Addo.
'Sneller, sneller!' gilde die.
Addo zette de mobiel in beweging en scheurde het landgoed door terwijl de zenuwachtige kabouter naast hem alsmaar 'sneller', 'harder' en 'rijden' schreeuwde.
'Maar wat zit er dan in die doos?' probeerde Addo nogmaals, terwijl ze langs het hekje, aan de andere kant van het landgoed, Uilensteyn inreden.
'Stil, Addo Grabbo!' gilde Laart. 'U moet zich concentreren op de weg!'
Addo zuchtte.
'Parkeren!' commandeerde de kabouter toen ze de praktijk naderden, en hij trok aan de handrem zodat de Laartmobiel tollend en gierend precies voor de deur tot stilstand kwam. Vlug sprong hij naar buiten en stoof met de doos de wachtkamer door, de behandelruimte binnen.
'Dit is een noodgeval!' gilde hij.
'Meneer!' kuchte de dierenarts verbaasd. Hij had zojuist een kameleon ingeënt tegen rode hond en de waterpokken. 'Eén momentje.'
Hij zette de verdoofde kameleon in een plant in het venster.
'En wat hebben we hier?' sprak hij gewichtig.
Laart had de doos inmiddels op de behandeltafel gezet.
'U moet hem redden! U moet hem redden!' stamelde hij, terwijl hij zenuwachtig trappelde en in de rondte keek.
De dierenarts zette zijn bril op, opende de doos en keek Laart onderzoekend aan.
'Het potje, het potje!' lispelde de kabouter terwijl hij naar de doos wees en trillend een vinger aan zijn lip zette.
De arts grabbelde tussen het stro en vond het potje.
'Meneer, u houdt mij toch niet voor de gek, hè?' vroeg hij, terwijl hij Laart doordringend aankeek.
'Openmaken! Snel!' antwoordde de kabouter trappelend.
De arts opende het potje en haalde het lucifersdoosje eruit.
'Openmaken!', gilde Laart weer.
De arts opende het doosje, haalde het watje eruit en zuchtte diep.
'En wat denkt u, dat ik moet beginnen met drie poten en een verschrompeld achterwerkje?'
'Opereren!' gilde Laart.
'Meneer, ik heb nog meer te doen vandaag,' antwoordde de dierenarts geërgerd en hij nam de overblijfselen en hield ze voor de kameleon die het met een snelle beweging van zijn tong inslikte en opvrat.
Laart viel flauw en met veel moeite wist Addo hem in de auto te manoeuvreren en naar huis te brengen. Daar bleek hij alles al weer vergeten te zijn.
Stuur door
Dit is niet OK