'Addo, we gaan toneelstukjes doen,' riep Laart naar boven.
'Wat nu weer Laart,' riep Addo terug.
'Kom, kom, een beetje vaart m'n schaapje,' spoorde Laart aan.
Addo liep zuchtend de stenen wenteltrap af.
'Ik ben je schaapje niet,' mormelde hij.
'Kom op Addo, trekt u die jurk maar aan, u bent de prinses.'
'Laart, alsjeblieft,' wierp Addo er tegenin, 'Moeten we nu echt toneelstukjes doen. De vorige keer ...'
'Uh,' schreeuwde Laart, 'Geen commentaar, trekt u die jurk nu maar aan.'
Zuchtend deed Addo wat hem gezegd werd.
'Zo Esmeralda!' sprak Laart gewichtig.
Addo zuchtte.
'Ik zei 'Zo Esmeralda',' herhaalde Laart geërgerd. 'U hoort dan 'Ja, vader' te zeggen.'
'Ja, vader', zuchtte Addo.
'De tijd is gekomen...,' ging de kabouter verder, terwijl hij zijn ogen sloot en zijn baard in de lucht hief, '..., dat je een degelijke en oprechte man vindt. Een man van adel. Een man met een zuiver hart. En heldenmoed. En bravoure...'
'Ja, ja,' zuchtte Addo.
'Stil!' riep Laart en hij dacht even na. 'En ...'
'Van daden,' fluisterde Addo.
'Ja, van daden, ja,' riep de kabouter. 'Een man van daden! En van woorden.'
Het was even stil en Laart liep enkele rondjes, terwijl hij aan zijn baard plukte.
'Ik ga naar het buurland van koning Karel,' ging hij voort, 'Om te kijken of daar nog prinsen of ridders zijn.'
'O vader!' sprak Addo met een hoog stemmetje en hij zuchtte.
'Tot over vijf dagen, Esmeralda!' antwoordde Laart en hij pakte zijn schild en zijn zwaard en liep de deur uit.
'Eeh, Laart,' riep Addo hem verbaasd na.
De kabouter reageerde niet.
'Laart... Vader!' schreeuwde Addo.
'Wat is er Esmeralda!' gilde Laart van beneden.
'Eeh, waar ga je heen?' vroeg de bediende terwijl hij met veel moeite in zijn jurk de trap afliep. 'We speelden het altijd anders, toch!'
'Ik ga naar het buurland van koning Karel om te kijken of daar nog prinsen of ridders zijn!' antwoordde de kabouter droogjes. 'Wacht op me in de torenkamer!'
Verbaasd keek de bediende hem aan.
'Hup, naar de torenkamer,' herhaalde Laart en hij wees omhoog.
Uiteindelijk vertrok Addo mompelend en hoofdschuddend naar boven en keek vanaf daar hoe Laart beneden een bruine deken over zijn fiets legde en uiteindelijk hinnikend en galopperend in de verte verdween. Een moment later ging de bel.
'O nee toch!', kreunde Addo. 'Ik kan me zo niet vertonen.'
Met veel moeite wrong hij zich uit de jurk, rende naar beneden en opende de deur. Het was Laart.
'Waarom heeft u uw jurk niet aan?', gilde de kabouter. 'U moet wel in uw rol blijven hoor!'
Addo mompelde wat, vertrok weer naar boven en hees zich in de jurk. Hij zag Laart nog net in de verte verdwijnen.
Een moment later ging de bel weer. Addo keek radeloos om zich heen, deed zijn sluier recht en sjokte naar beneden.
Er stond een filmploeg voor de deur.
'Wij zijn van de televisie en nemen een kijkje bij de mensen thuis, wat ze aan het doen zijn. Mogen we even bij u aanschuiven?' sprak de reporter.
'Eeh, ik, eeeh,' stamelde Addo. 'Ik doe..., we zijn hier...'
'Esmeralda!' klonk het achter hem.
Verschrikt draaide de bediende zich om.
'U hoort in de torenkamer bij het spinnewiel te zitten,' schreeuwde Laart. 'U moet een touw spinnen waarlangs uw minnaar straks naar boven kan klimmen.'
'Laart, eeh, Vader,' kreunde Addo en hij keek hulpeloos om zich heen en wierp zijn armen in de lucht.
Laart staarde hem doordringend en met geheven vinger aan.
'Ik eeh, ik ga al,' stotterde de bediende uiteindelijk en hij vluchtte de kamer uit, de trap op.
Daarboven hoorde hij hoe Laart de filmploeg naar buiten werkte onder het uitkramen van zinnen als 'Esmeralda mag niet gestoord worden!' en 'Ik zal met jullie oprijden tot aan de grauwe heuvels'. De ploeg echter stapte verhaast het witte busje in, waarmee ze gekomen waren en stoven het terrein af.
'Spionnen, infiltrators!' gilde Laart en hij sprong op zijn fiets en zette hinnikend en wild zwaaiend met zijn zwaard de achtervolging in. Vanuit zijn torenkamer, zag Addo in de verte een spoor van stof,- en rookwolken ontstaan. Hij zuchtte diep. Gedurende drie dagen zat hij in eenzame isolatie in de toren. Iedere keer wanneer hij de jurk probeerde uit te trekken of naar beneden probeerde te gaan, ging de bel en weerhield hij zich er liever van. Hij bracht de meeste tijd slapend door.
'Bent u gek geworden of zo?' klonk het plotseling en Addo schrok wakker. Laart stond in de torenkamer.
'Ik eeh...,' stamelde de arme bediende. 'O, Vader, bent u terug?'
'Heeft u hier al die tijd zitten lanterfanten?' tierde de kabouter. 'De tuin moet geschoffeld worden. Het gras gemaaid. De afwas staat er nog van drie dagen terug. Overal ligt stof. Het ketelhuisje is nog niet gerepareerd.'
'Ja, ja,' antwoordde Addo verbouwereerd. 'Je was weg naar het buurland van koning Karel, weet je noch. Om...'
'Wat ijlt u nou?' schreeuwde Laart. ''Vader, bent u terug', 'Het buurland van koning Karel'. Denkt u dat ik gek ben, of zo?'
'We speelden toneelstukjes, Laart,' verweerde Addo zich. 'Je weet wel, dat jij de koning bent en ik...'
'U liegt!' gilde Laart. 'Hoe kunnen we nou toneelstukjes spelen, als ik er niet eens ben?'
'Ik ga al, ik ga al,' mompelde Addo en hij liep de kamer uit.
'En trek die malle jurk uit!' gilde Laart hem nog na.
Addo zuchtte diep.
Stuur door
Dit is niet OK